Mirte&Co's Gedichten

 

Zelfbeschadiging

 

Lang geleden heb ik

een boek gekregen.

Daarin kwam ik

mezelf tegen.

Het meisje

deed zichzelf pijn.

Ik zag herkenning,

dat vond ik fijn.

Ze deed zichzelf pijn.

met hetzelfde doel.

Zij kon niet omgaan

met haar gevoel.

Zij moest het doen,

het was niet fijn.

Maar alles was beter

dan de geestelijke pijn.

Vanaf de dag

dat ik haar verhaal las,

wist ik,

dat ik niet de enige was.

 

 

Kindertehuis

 

Gezellig,

een dagje naar zee.

Papa en mama

gingen ook mee.

 

We kwamen aan,

bij een heel groot huis.

Ik wist niet wat het was.

Het bleek een kindertehuis.

 

De deur ging open.

We werden binnengelaten.

Zonder iets te zeggen.

werd ik hier achtergelaten

 

Mijn dagen werden gevuld

door heimwee en verdriet.

Ik wilde mijn mama

maar zij wilde mij niet.

 

Na een tijd mocht ik naar huis.

Ik was heel erg blij.

Mijn blijdschap

ging snel voorbij.

 

Papa en mama waren al

op zoek gegaan

naar een nieuw kindertehuis

waar ik naar toe moest gaan.

 

 

Ben de Beer

 

Toen ik zes was,

kon duimen echt niet meer.

Zodra ik er mee stopte,

werd ik beloond met een beer.

 

In de stad heb ik jou

heel bewust uitgezocht.

Een groepsleider heeft jou

voor mij gekocht.

 

Zwarte ogen.

een bruine ruwe vacht,

een scheve snuit die

een klein beetje lacht.

 

Het is een wonder

dat jij er nog steeds bent.

Jij bent de enige

die al onze geheimen kent

 

Heel wat trauma’s

heb je moeten doorstaan.

Met gemengde gevoelens

heb ik je bij mijn bed staan.

 

 

Gevangen

 

Ik voel me gevangen.

Niet meer vrij.

Eerst was het ik.

Nu is het wij.

 

Als kind

om te overleven,

heb ik mezelf

een vriendje gegeven.

 

Samen lachen.

Samen huilen.

Dicht bij elkaar,

even schuilen.

 

In die tijd,

voelde het goed.

Nu weet ik niet,

wat ik ermee moet.

 

Het is niet bij

maar één gebleven.

Met zijn allen

probeerden we te overleven

 

Meer dan 20 personen

leven er in mij.

Wordt het ooit weer ik

of blijft het wij?

 

 

En ik...?

 

Mensen praten over mij,

Ik zit er maar wat bij.

Ik hoor het aan en

laat het over me heen gaan.

 

Het is echt niet fijn,

onderwerp van gesprek te zijn.

Ik ben maar een kind

en mag niet zeggen wat ik vind.

 

Ik heb veel verdriet.

Maar dat zien ze niet.

Ik voel me verloren.

Ze willen me niet horen.

 

Het voelt niet oké.

Ik tel gewoon niet mee.

Ik wil opstaan.

Ze laten me niet gaan.

 

Waarom luisteren ze niet?

Waarom zien ze me niet?

Het gaat toch om mij?

Toch praten ze niet met mij!

 

Een klein meisje

 

Een klein meisje.

Ze is een jaar of negen.

Een klein meisje.

Ze kan er niet meer tegen.

 

Ze stapt op haar fiets.

Niet voor niets.

Heel bewust.

Opzoek naar rust.

 

Een klein meisje.

Ze zit in nood.

Een klein meisje.

Ze wil dood.

 

Ze heeft een besluit genomen.

Dan ziet ze een auto komen.

Ze knalt tegen de voorruit.

Opeens gaat het licht uit.

 

Een klein meisje.

Ze komt weer bij.

Een klein meisje.

Nog steeds niet vrij.

 

Ze kijkt om zich heen.

Boos op alles en iedereen.

Ze is wel aangereden.

Maar helaas niet overleden.

 

In vuur en vlam

 

Geheel tegen jouw principes in,

ben ik alleen thuis, met een vriendin.

Je eigen gezin heb je veilig ondergebracht.

Daar heb je goed over nagedacht.

 

Ik word ineens heel erg bang

omdat ik voetstappen hoor op de gang.

Ik voel het, er is iets niet in de haak

en weet dat ik me niet voor niets druk maak.

 

Ik ben zo bang dat ik niet eens op kan staan.

Ik voel dat jij het bent en roep je naam.

Ik weet zeker dat je me hoort

maar je geeft geen antwoord.

 

Ik wil gaan kijken en zet me schrap

maar dan hoor ik de voetstappen op de trap.

Opeens een knal, een keihard geluid.

alles wordt donker, de stroom valt uit.

 

Je komt de trap af en loopt naar buiten.

Ik hoor je zelfs de deur afsluiten.

Ik weet niet wat er gebeurd, het voelt niet goed.

Mijn gevoel zegt dat ik hier snel weg moet.

 

Ik wil naar buiten en schrik me rot,

want alle deuren zitten op slot.

De sleutels, ze zijn allemaal weg.

Haastig ga ik op zoek naar een vluchtweg.

 

Ik besef niet wat ik doe, handel als een robot.

Ik pak een stoel en sla een ruit kapot.

Ik klim op de vensterbank en spring uit het raam.

als aan de grond genageld, blijf ik even staan.

 

Ik hoor geknetter, het komt van boven

Ik kijk omhoog en kan mijn ogen niet geloven

Grote vlammen komen uit de schoorsteen

en dan grijpt het vuur, razendsnel om zich heen.

 

Ik wil naar de buren om alarm te slaan

maar dan zie ik jou plotseling staan.

Wanneer je mij ziet, bedenk je je geen moment.

Geschrokken, kom op me af gerend.

 

Je knijpt mijn keel dicht, zegt dat je me vermoordt.

als ik vertel dat ik voetstappen heb gehoord.

Nadat je deze woorden hebt uitgesproken,

besef ik dat jij de brand hebt aangestoken.

 

Als een kat in het donker, sla je op de vlucht.

maar na een tijdje kom je ineens weer terug.

Heel onschuldig kom je de straat in rijden

mensen komen op je af, uit medelijden....

 

 

Voor Mamma

 

Jij had je eigen verdriet.

Daardoor zag je ons niet.

Je hebt veel meegemaakt in je eigen leven.

Daardoor kon je ons geen liefde geven.

Maar keer op keer,

legde je de schuld bij mij neer.

Je zei: "Jij bent een moeilijk kind".

Om aandacht te krijgen, ging ik door het lint.

 

Het doet zo’n pijn,

er niet te mogen zijn.

Ik wilde zo graag aandacht van jou!

En schreeuwde: "Mama, help me nou!

 

Luister naar me en zie mijn verdriet!

Ik heb je zo nodig, zie je dat dan niet?

Ik voel me rot en kan het niet alleen!

Wat ik nodig heb is een arm om me heen..."

 

Dat jij geen liefde kon geven,

dat heb ik je vergeven.

Maar dat je de schuld bij mij neerlegt,

krijg ik niet naast me neergelegd.

 

 

Voor altijd blijven zwijgen

 

De boodschap in mijn hoofd:

“Jij zult nooit worden geloofd”,

zorgde ervoor dat ik altijd zweeg

en jij in alles je zin kreeg.

 

Ik heb altijd in jouw leugens geloofd.

Ook heb je mij van alles beloofd.

Dat het allemaal één grote leugen was,

besefte ik veel later pas

 

Toen ik eindelijk ging praten,

voelde ik me in de steek gelaten.

Ik liep tegen ongeloof aan

en voelde me echt in de kou staan.

 

De boodschap die je gaf, leek waar.

Ik werd gezien als leugenaar.

Het doet heel veel pijn

dat de waarheid er niet mag zijn.

 

Het heeft mij diep geraakt

en mijn vertrouwen kapot gemaakt.

Daardoor zal jij je zin krijgen,

ik zal voor altijd blijven zwijgen.

 

 

Kleuterschool

 

De nacht is voorbij.

De ochtend breekt aan.

Ik kijk naar buiten

door het slaapkamerraam.

 

Buiten is het donker.

de lucht is grauw,

een stevige wind,

een ijzige kou.

 

Ik voel me somber

en heb veel verdriet.

Ik wil wel huilen

maar kan het niet.

 

Ik heb buikpijn

en voel me niet goed.

Ik weet dat ik straks weer

naar school moet.

 

Ik pak mijn knuffel

dicht tegen me aan.

Ik heb geen zin

om naar school te gaan.

 

Mijn klasgenootjes

zijn vrolijk en blij.

Ik voel me anders

en hoor er niet bij.

 

Niemand weet,

hoe rot ik me voel.

Ik ben nog te klein

om te praten over mijn gevoel.

 

 

Vertrouwen

 

Het gebeurt niet gauw,

dat ik iemand vertrouw.

Vertrouwen maakt me bang

daarom duurt het ook zo lang.

 

Maar ook dit keer

probeerde ik het weer

Het koste heel wat moed.

Na een tijd voelde het goed

 

Ik durfde je toe te laten,

ben over mezelf gaan praten.

Over wat ik dacht en voelde,

legde je uit wat ik bedoelde.

 

Ik had nooit verwacht

dat je er zo anders over dacht.

Je bedoelde het allemaal goed.

Besef je wat het met mij doet?

 

Jij hebt me zo geraakt.

me helemaal kapot gemaakt.

Ik durf het nooit meer aan,

vertrouwen aan te gaan.

 

 

Niet haalbaar

 

Ik weet het niet meer.

Ik weet niet meer wat ik moet.

Steeds vraag ik me af,

wanneer doe ik het wel goed?

 

Voor mijn gevoel,

heb ik er alles aangedaan.

Voor mijn gevoel,

ben ik niet stil blijven staan.

 

Ik vraag me af,

wat ging er fout?

Is dit dan het punt

waar het ophoudt?

 

Ik kap er mee

het is klaar.

Dat wat ik graag wil,

is gewoon niet haalbaar.

 

Opluchting

 

Uiteindelijk ben ik weer

op dit punt uitgekomen.

Na lang wikken en wegen,

heb ik mijn besluit genomen.

 

Ik laat me niet

meer overhalen.

Ik geloof niet meer

in succesverhalen.

 

De dood geeft rust

en dat voelt goed.

Om eindelijk te weten

wat ik met mijn leven moet.

 

Mischien loop ik weg voor alles.

Of is het een vlucht.

Het maakt mij niet uit.

Ik voel me opgelucht.

 

Kindje klein

 

Ik was pas twaalf.

We reden naar het bos.

Toen we aankwamen,

brak de hel los.

 

Slaan, schoppen,

het ging maar door.

Totdat ik uiteindelijk

mijn bewustzijn verloor.

 

Volgens hem,

deed ik mezelf dit aan.

Door te zwijgen

over jouw bestaan.

 

De volgende ochtend,

nadat ik vloeide,

wist ik pas

dat jij in mij groeide.

 

Een piepklein kindje

met alles erop en eraan.

Dat beeld zal voor altijd

op mijn netvlies staan.

 

Hij ontnam jou

het recht om te leven.

Maar ik wil jou,

een plekje geven.

 

Want lieve Sterre,

hoe moeilijk ik het ook vind,

je bent en blijft

mijn allereerste kind.

 

 

Psycholoog

 

De uitslagen waren bekend.

Ik kon op gesprek komen.

De uitslagen en diagnosen

werden doorgenomen.

 

De uitslag kon niet kloppen

volgens mijn behandelaar.

Hij had het nog nooit gezien,

zoveel diagnoses bij elkaar.

 

Hij wilde dat de testen

opnieuw werden gemaakt.

Zijn wantrouwen en ongeloof

hebben heel wat losgemaakt.

 

Ik wilde het niet

maar had geen keus.

Hij geloofde mij niet

en nam me niet serieus.

 

De uitslagen van beide testen

kwamen overeen.

Toch geloofde hij mij niet

Ik wilde er nooit meer heen.

 

 

Online Hulpverlening.

 

De binnenmensen die

geen eigen wil tonen,

zijn welkom en

mogen op de site komen.

 

De kinddelen zijn leuk

en schattig bovendien.

De puberdelen zijn grappig

en cool om te zien.

 

Maar komen er binnenmensen

een eigen mening tonen,

dan wordt dat

niet in dank afgenomen.

 

Alle binnenmensen krijgen

een ban opgelegd

door wat één persoon

heeft gedaan of gezegd.

 

Tweestrijd

 

Ik wil je toelaten.

en wil met je praten.

Ik mag je niet toelaten

en ook niet met je praten.

 

Ik wil bij je schuilen

en bij je uithuilen.

Ik mag niet bij je schuilen

en ook niet bij je uithuilen.

 

We mogen er van jou zijn

met alle verdriet en pijn.

We mogen er niet zijn,

ook niet het verdriet en de pijn.

 

Ook jij wilt dat we je tooelaten

en dat we met je praten.

We proberen je toe te laten

en voorzichtig met je te praten

 

 

Kraaloogjes

 

Mooie duiven.

Grijs met wit.

Onschuldige dieren

waar geen kwaad in zit.

 

Ze werden

naar Frankrijk gebracht.

Ze vlogen terug,

geheel op eigen kracht.

 

De snelste

werd kampioen.

Daar was het allemaal

om te doen.

 

De tranen liepen

over mijn wangen

wanneer ik duiven

moest gaan vangen.

 

Je grijnsde en zei,

"Maak ze dood."

Aan de blik in je ogen

zag ik dat je genoot.

 

Zwarte kraaloogjes

keken me aan

alsof ze wisten

dat ze moesten gaan.

 

De zwarte kraaloogjes,

kijken me nooit meer aan.

Ik voel me zo schuldig

omdat ik dit heb gedaan.

 

Kerstmis

 

Het is vakantie.

Iedereen gaat naar huis.

Ik blijf achter

in het kindertehuis.

 

Ik ga naar mijn kamer

en kijk uit het raam.

Bij de overburen

zie ik een kerstboom staan.

 

Het is gezellig.

Iedereen zit er omheen.

Ik voel me eenzaam

en zit hier maar alleen.

 

Het doet pijn.

Ik wil het ontwijken.

Ik kan het niet aanzien.

Maar toch blijf ik kijken.

 

Ik proef de sfeer

en voel het gemis.

Ik weet niet hoe het voelt

een echte kerstmis.

 

 

Helemaal niks meer

 

Ik wil niet meer.

Nooit meer denken,

geen gedachten.

Ik kan het niet meer.

 

Ik wil niet meer.

Nooit meer praten,

geen woorden.

Ik kan het niet meer.

 

Ik wil niet meer.

Nooit meer voelen,

geen emoties.

Ik kan het niet meer.

 

Keer op keer

Wil ik weg,

dood,

gewoon helemaal niks meer.

 

Gewoon op

 

Mijn wereld staat op zijn kop.

Ik ben gewoon op.

Hoe hard ik ook probeer,

het lukt me echt niet meer.

 

Ik weet niet meer wat ik voel.

Een eigen gezin, was mijn doel.

Ik zou een moeder moeten zijn

maar doe ze alleen maar pijn.

 

Een partner ben ik ook al niet,

eigenlijk op geen enkel gebied.

Ik zou ze alles willen geven,

een onbezorgd, gelukkig leven.

 

Ik ga er onder gebukt,

dat het me niet lukt.

Het is beter voor hen,

wanneer ik er niet meer ben.

 

Voor mijn allerliefste Isa

 

Ik moest er heel erg aan wennen

dat jij mij wilde leren kennen.

Ik durfde me niet aan je te binden.

Ik vroeg me af, wat je van mij zou vinden.

 

Ik vond het eng om met je te praten,

en jou in mijn leven toe te laten.

Te liet me ervaren dat ik er mag zijn,

met al mijn verdriet en pijn.

 

Ik durfde het niet aan,

om met jouw een band aan te gaan.

Als je mijn binnenmensen zou leren kennen,

zou je misschien heel hard wegrennen.

 

Ondanks alles ben je gebleven.

Je hebt ons het vertrouwen gegeven,

dat je niet weg zal gaan

en dat we samen sterk staan.

 

Misschien zullen we er ooit aan wennen,

dat je ons echt wilt leren kennen.

Bedankt voor alles wat je voor ons doet,

je vertrouwen, je kracht en je moed.

 

Hey Kleintje

 

Hey Kleintje kom eens even,

ik wil jou graag een knuffel geven.

Hey Kleintje, je bent er al heel lang

Ik wilde jou niet en dat maakte je bang

 

Ik wil je laten weten dat je mag er zijn

met al je verdriet en pijn.

Je mag altijd bij me schuilen

om even lekker uit te huilen

 

Hey Kleintje kom eens even

ik wil je graag een knuffel geven.

en een klein kusje op je wang.

Kom maar Kleintje,wees maar niet bang.

 

Voor mijn allerliefste dochters

 

Het mooiste dat mij is overkomen

is dat jullie uit mijn buik zijn gekomen.

Kleine meisjes, met alles erop en eraan.

Ongelooflijk,hoe snel de tijd is gegaan.

 

Ineens zijn jullie geen kleine meisjes meer.

Dat verbaast me,keer op keer,

Met trots denk ik dan : "Kijk nou,

mijn mooie meiden waar ik zielsveel van hou"

 

Ik wil jullie alles geven,

een liefdevol, onbezorgt leven

Soms lukt dat niet en dat doet pijn.

Maar weet, dat ik er altijd voor jullie zijn.

 

Binnenwereld

 

Mijn binnenwereld is nog niet compleet

omdat ik niet van ieders bestaan afweet.

Het is altijd weer even wennen

om nieuwe delen te leren kennen.

 

Ik weet nog hoe het ging de laatste keer,

Zo uit het niets, was ze er weer.

Eerst had ik niets in de gaten.

Ik hoordr iemand heel zachtjes praten.

 

Met aarzeling in haar stem,

Vraagt ze of ik haar nog ken.

Ik stel heel voorzichtig vragen

omdat ik haar niet weg wilde jagen.

 

Zij weet heel goed wie ik ben,

Ik weet niet zeker of ik haar ken.

Ik voel het, ze is een beetje bang.

Daarom blijft ze ook niet lang.

 

Ze gaat weer weg, terug naar binnen

Totdat ze opnieuw haar angst zal overwinnen.

Ik weet niet precies wanneer

maar ze komt vast nog wel een keer.